Door de jungle, langs de kampen: de Birma-Siam Pelgrimsreis 2025

Vandaag was de eerste dag ‘up-country’ langs het tracé. Dwars door de jungle bezocht de groep verschillende kampen langs de spoorlijn.

Gewijzigd op: 19-11-2025

Verslag dag 4: een lang verslag, want we hebben veel gezien!

Vandaag beginnen we aan onze “up country tour” van 3 dagen heen en terug naar de Drie Pagodenpas aan de grens met Myanmar.

Het laatste deel van de trip gaat over een super steile weg door de jungle en de bus mag niet te zwaar beladen zijn. We laten dus alle zware bagage achter en reizen licht. Poom zorgt ervoor dat alle onze koffers straks weer in het Felix resort op onze kamers staan als we terug zijn in Kanchanaburi.

Rod begint onderweg met de uitleg over de transporten.

De eerste 10.000 man uit Java hebben geluk, als zij met de trein aankomen in Ban Pong worden ze met vrachtauto’s langs de Maekhlong rivier helemaal tot Tha Sao gebracht. Dit was nog in de droge tijd, dus enorme stofwolken als er 20 trucks achter elkaar rijden!

Later wordt er gelopen; het is de regentijd, de wegen worden slecht en de trucks zijn nodig voor de bevoorrading van alle mannen die al aan de spoorweg aan het werk zijn. De mannen die dus later in 1943 aankomen moeten lopen; meestal in dagmarsen van ongeveer 25 km.

Voor F-Force; bijna allemaal Britten, betekende dit ongeveer 220 km lopen. En ze kwamen ook nog eens aan het einde van het logistieke rietje te zitten. Dus bijna geen bevoorrading, uitgeput van het lopen. Het dodengetal bij F-Force schoot als gevolg hiervan de lucht in: 70%!!

Het eerste kamp na Kanchanaburi was Lat Ya. Hier kon gerust worden voordat men de volgende dag verder ging. Dit kamp lag voor een tempel in het dorp en dus was er nog wat handel mogelijk. Het verhaal gaat dat een Engelse officier nog wat geld had en een heerlijk dessert voor zichzelf kocht van tapioca met melk. Maar zich toch afvroeg waar die melk vandaan kwam want er waren geen koeien. Bij navraag werd voorzichtig de borst van een vrouw aangewezen!

Bij Tha Dan lag het volgende doorgangskamp, hier stak men de rivier over en werd de weg vervolgd naar Tha Sao.

Bij Tha Sao ligt wat de Thai noemen de Elephant Mountain, een bergrug die lijkt op het silhouet van een olifant. Volgens Rod zou het eigenlijk “pregnant lady mountain” moeten heten. Toen zijn kleine tengere Vietnamese vrouw zwanger was van hun tweeling leek deze sprekend op de bergrug.

In Tha Sao was het hoofkwartier van Groep IV en lag een groot hospitaal aan de rivier. Alle grote hospitalen lagen aan de rivier zodat voorraden per boot konden worden aangevoerd en ernstig zieken per boot worden teruggebracht naar Kanchanaburi.

Na dit bezoek was er tijd voor koffie.

De reis ging vervolgens door naar Tonchan Spring Camp. Een kamp waar de Nederlanders van H-Force zaten. Rod gaf hier de uitleg hoe belangrijk een goede locatie was. 

Als schrijver probeer je ook goede foto’s te maken op de rand van het bassin, maar er zijn mensen die dit proberen te voorkomen (maar niet echt hoor).

Het dodental bij de Nederlanders in Tonchan Spring Camp was extreem laag, maar 19 doden. Het Engelse kamp een paar km verderop had 220 doden binnen een paar weken.

Het Nederlandse kamp lag bij een bron met zuiver drinkwater, het Engels kamp bij een kleine riviertje waar stroomopwaarts een Tamil kamp lag waar Cholera was uitgebroken en zo kwam de ziekte in hun kamp.

De aantallen mannen die aan Cholera zijn gestorven verschillen enorm per nationaliteit:

  • 31.000 Britten, 1000 Cholera doden.
  • 13.000 Australiërs, 500 Cholera doden.
  • 19.000 Nederlanders, 16 Cholera doden.

Er wordt gezegd dat dit door vaccinatie kwam, maar Cholera vaccinaties werken maar heel kort. Dit kwam doordat de Nederlanders gewend waren aan het leven in de tropen en een grote natuurlijke weerstand hadden, die heeft hen gered van deze ziekte.

Vervolgens langs het Hintok river Camp, waar eerst ook nog Nederlanders zaten. 10 Nederlanders zijn daar gestorven. Toen de Australiërs kwamen werden de Nederlanders doorgestuurd naar Kinsayok. Vanuit dit kamp was het 3 tot 4 km lopen naar hun werkstek, de berg af en ’s avonds soms op de knieën in het donker weer terug.

Kinsayok was een groot station met verschillende sporen om te rangeren.

Rod legde het verschil uit tussen hout gestookte locomotieven en kolen gestookte: De hout gestookte locomotieven konden in het vlakke land wel 30 wagons trekken, maar kwamen absoluut niet de berg over.

Volgens de Nederlandse spoorwegingenieur van Warmerhoven werden in Kinsayok de lange treinen gesplitst in korte van 12 wagons die door een kolengestookte locomotief over de berg konden worden getrokken.

Rod heeft op luchtfoto’s, die door de geallieerden werden gemaakt, inderdaad 2 treinen van 12 wagons zien staan op dit station.

Die enorme boom is nog geen 80 jaar oud, want in het rangeerstation stonden geen bomen!

In Kinsayok zat ook het hoofdkwartier van groep VI. Hier zijn veel Nederlanders omgekomen, er lag hier een kerkhof met 500 mannen.

Op naar de lunch, in een prachtig restaurant aan de rivier in Bathona.

Na de lunch door naar Rin Tin; ook wel de “dodenvallei” genoemd. Hier stierven enorm veel Nederlanders, vooral aan dysenterie, de ziekte die ze zelf meebrachten.

Dysenterie maakt geen onderscheid in nationaliteit zoals bij cholera; bij alle nationaliteiten stierf 40% aan dysenterie.

En door naar Kuye, ook hier weer veel Nederlandse doden: 400 man.

Tijdens de bouw maar ook nadat de spoorlijn in gebruik was en de geallieerden bombardementen uitvoerden op de spoorlijn. Op 8 september waren B24 Liberators op patrouille langs de spoorlijn en mochten elke doel van waarde aanvallen.

De Canadese piloot schrijft in zijn boek dat na de eerste raid met bommen ze nog een tweede run maakten om met de machinegeweren op de vluchtende mannen te schieten. Dit incident resulteerde in veel Nederlandse en Engelse doden die met deze trein onderweg waren. De bemanning had geen idee dat de rennende mannen krijgsgevangenen waren.

Als laatste stop van de dag  zijn we gestopt bij Takanun, waar bij de tempel door de monniken een stuk spoordijk intact werd gehouden en er weer een stukje rails werd geplaatst.

De spoordijk is alleen origineel.

Onder de reizigers zijn nog een paar die hards die het niet konden laten een rondje te rennen. Ze gingen zo hard dat ze nog een tweede rondje konden maken voordat iedereen weer in de bus zat.

Dan de laatste stint naar Sangkhlaburi, langs het stuwmeer door de bergen slingerend met haarspelden omhoog door de jungle. Soms tergend langzaam door de steile weg. Het uitzicht was op het meer was fenomenaal, al moet gezegd worden dat bij sommige reizigers de luikjes langzaam dicht gingen.

Om 17:45h waren bij ons hotel, even snel douchen en om 19:00h zaten we gezellig met iedereen aan een enorm lange tafel met 38 personen.

 Voor morgen staat de Drie Pagodenpas op de planning. Tot morgen!

In de onderstaande fotocarousel zijn, naast de foto’s uit de blog, ook aanvullende foto’s te bewonderen!

1 thoughts on “Door de jungle, langs de kampen: de Birma-Siam Pelgrimsreis 2025”

  1. Will de Bruijn-Janssen 20 november 2025

    Weer een mooi verslag Eric, mooi dat je Warmenhoven noemt!

Voeg een reactie toe

Your email address will not be published.

Blijf op de hoogte

Vul onderstaand veld in en ontvang onze nieuwsbrief!


Facebook berichten