0
Winkelwagen
No products in the cart.

Dag 3: over de Japanese dirt road en de dodenvallei

Vandaag moesten de reizigers al vroeg uit de veren voor een lange dag. We gaan met de bus langs de spoorlijn omhoog helemaal tot aan de Birmese grens, Sangklaburi. Onderweg stoppen we bij de Nederlandse kampen van groep 6 en natuurlijk een lekker lunchtentje. Het is al 3 dagen droog en net over de 30 graden met een klein briesje. Beter weer kunnen we eigenlijk niet hebben. 

Als we het resort afgedraaid zijn, rijden we over wat Rod altijd de “Japanese dirt road” noemt. Van Kanchanaburi tot aan Tha Sao werden de krijgsgevangenen langs deze weg naar hun werkkampen gebracht. En dat is een heel stukje van de spoorlijn af. De route liep via Lat Ya en Tha Dan. Op het kaartje hierboven de groene lijn. Terwijl de krijgsgevangenen over de weg voort trekken wordt ondertussen al hard gewerkt aan het spoor. Al in april 1943 is het stuk tot aan Tarsao af.

In de droge tijd werden de meeste krijgsgevangenen van Ban Pong, waar iedereen uit de trein van Singapore aankwam, naar Tarsao of andere kampen vervoerd met de vrachtauto. In de natte tijd zat er meestal niet veel anders op dan te lopen. Veel verkeer is er nu niet, maar Rod legt uit dat er in maart en april 1943 al snel zo’n 150.000 man zijn vervoerd: krijgsgevangenen, Aziatische arbeiders, bevoorrading en het Japanse leger. Het moet een drukte van belang zijn geweest.

Mijn grootvader komt hier samen met Gerard Saveur in januari 1943 langs, als onderdeel van de 8.750 Nederlanders die medio januari naar Thailand worden gestuurd. Er werken dan al sinds november / december 1942 ongeveer 3.000 Nederlanders in Birma en in april 1943 volgt nog een Thaise groep van 3.000 man. Maar dit transport tussen 14 januari 1943 en 5 februari 1943, 16 treinladingen van 625 krijgsgevangenen elk, is wel de grootste beweging van Nederlandse krijgsgevangenen naar de spoorbaan. 

We maken korte stops bij Lat Ya, Tha Dan, Tarsao en vervolgen dan onze weg naar Kinsayok. Het basiskamp van groep 6. Mijn grootvader is hier uiteindelijk maar 2 dagen geweest, zijn bestemming lag hoger op de spoorlijn. Maar bij Kinsayok is nog veel te zien. We bezoeken de waterval, waar in dagboeken van krijgsgevangen vaak aan wordt gerefereerd en de Japanse keuken.

We maken  een korte wandeling naar het indrukwekkende Saiyok embankment. Op zijn hoogste punt zo’n 15 meter hoog, honderden meters lang en de basis is zo’n 50 meter. 13 miljoen mandjes aarde zijn nodig geweest om dit embankment te maken, rekent Rod ons voor. Een waar spectakelstuk. We bezichtigen de plek waar een enorme brug de twee delen van het embankment verbond. Door National Geographic is niet zo lang geleden een mooie  documantaire over deze brug gemaakt (serie: Nazi megastructures).

De wandeling voert door prachtige jungle en geeft een goede indruk wat de krijgsgevangenen op hun weg zijn tegengekomen. Na de stadse omgeving van Kanchanaburi en de kermisachtige sfeer rond de brug over de river Kwai, is dit wel weer even terug met de voeten op aarde voor de reizigers.  Metershoge bamboeklompen van een meter of meer breed met enorme dorens. Ga dat maar eens even rooien met je kapmes. 

We gaan eten bij een nieuw tentje waar we met de reizen nog niet eerder zijn geweest. Uterrace Resort. Het is gelegen op de kamplokatie van Bhatoma. Een legendarisch Nederlands kamp, waar vele krijgsgevangenen het leven lieten. Het eten is heerlijk en het uitzicht over de rivier is fantastisch. Zeker een plek om terug te komen. Als we terug zijn in de bus herinnert Rod ons nog maar eens aan die tegenstelling tussen toen en nu.

En dan is het tijd voor Rin Tin. Hier stierven elke dag 3 tot 4 Nederlandse krijgsgevangenen aan dysenterie. Het kamp werd wel de vallei des doods genoemd. Toen de bruggen hier in april 1943 af waren hebben de Japanners het kamp direct in de brand gestoken en iedereen verhuisd naar Kuye. Ze waren klaar met de dysneterie die hier zo dodelijk om zich heen greep.

Hier zijn mijn grootvader en Gerard Saveur, de vader van pelgrimsreiziger Jan, overleden. Een plek waar ik tientallen keren ben geweest en die door de tijd steeds weer veranderd is. Maar veel is nog herkenbaar. De kliffen natuurlijk, ook nog steeds een strook spoorwegbed en de plek van de grote brug. We lopen naar de rivier, het spoorwegbed, kamplokatie en de begraafplaats, Hamel’s hill. Mijn neven Jason en Lucas, achterkleinkinderen van mijn grootvader, absoberen het verhaal, de omgeving en het moment. Als het tijd is om te gaan, maken we een groepsfoto van de familie Saveur en Broekroelofs. Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen staan 80 jaar na dato op de plek waar het leven voor de beide vrienden zo tragisch afliep, maar door ons kan worden voorgezet. Een mooi moment. 

We maken nog een stop bij het kamp Kuye, een paar kilometer verderop en zetten dan defintief koers richting Sangklaburi. De bus zwoegt door de bergen en het landschap wordt ruig en prachtig. Het water in de dam staat super hoog, vanwege het lange regenseizoen. Dat belooft mooi uitzicht als we over een paar dagen bovenop de dam staan. Het loopt al tegen zessen als we het terrein van het Suan Magmai resort opdraaien. Een mooi gelegen resort met uitzicht op het meer. Al is het nu pikdonker, dus dat wordt meer iets voor morgen om van te genieten. Het eten is fantastisch. We zijn hier wat uit de toeristische zone, wat je gelijk merkt aan de pepers. De Krapau is hier super, de vis overheerlijk en er is als toetje sweet mango sticky rice. Morgen doen we wat rustiger aan. Een ochtendexcursie naar de Driepagoden en Songkurai. De middag is vrij. Tot morgen.   

1 thoughts on “Dag 3: over de Japanese dirt road en de dodenvallei”

  1. Denise Asselbergs 17 november 2023

    Dank voor het uitgebreide en interessante bericht..jaloersmakend!

Voeg een reactie toe

Your email address will not be published.

Recent:

Henk Beekhuis overleden

In memoriam Jos Wessels

Blijf op de hoogte

Vul onderstaand veld in en ontvang onze nieuwsbrief!


Facebook berichten