homelinkscontact

Birma Siam
Pakan Baroe
Herdenking
Fotogalerie
Namenlijst muur
Kalender
Nieuws
Video's
Reversspeld

Birma-Siam Spoorweg

De beruchte spoorweg van Thailand (het voormalige Siam) naar Myanmar (het voormalige Birma) , aangelegd door Britse, Australische, Nederlandse en Amerikaanse krijgsgevangenen en duizenden remusiahs, was een Japans project, ontstaan uit een behoefte aan betere logistieke verbindingen om het Japanse leger in Birma te kunnen bevoorraden.

Het Imperialistische Japanse leger bezette Siam . In een aantal eerdere overwinningen nam het Japanse leger gebieden in Zuid Oost Azië en de Pacific in bezit, inclusief heel Birma tot de grens met India. Midden jaren 42 werd het een halt toegeroepen en ze realiseerden zich dat ze moesten consolideren in het nieuw overwonnen gebied om hun ver voorwaarts geschoven troepen te kunnen bevoorraden om de onvermijdelijke tegenaanvallen van de geallieerden (VS, GB, China en NL) het hoofd te kunnen beiden. Birma kon het best worden bevoorraad vanuit de zee via Singapore en de Straat van Malakka tot Rangoon en Moulmein, maar de Japanse strategen hebben uiteraard onderkend dat de geallieerde zeestrijdkrachten er alles aan zullen doen om deze vitale bevoorradingslijn af te snijden. Toen besloot het Hoofdkwartier van het Imperialistische Japanse leger een spoorlijn te bouwen om Bangkok, Singora en Singapore te verbinden met de bestaande Birmese spoorwegen via Moulmein, Ye en Rangoon Eerdere onderzoekers hebben de tracé’s bekeken die dwars door het met bossen bedekte bergachtig ge-bied tussen de Golf van Siam en de Indische Oceaan voeren. Al deze opties werden van de hand gewezen als oneconomisch voor de uitvoering en te kostbaar om deze spoorlijn te bouwen in een dergelijk moeilijk terrein. Maar…economie moet in oorlogstijd wijken voor noodzakelijkheid. Daarom werd de spoorweg gepland in begin 1942 en de uiteindelijke uitvoering in juni.Het was duidelijk dat de spoorlijn direct gebouwd moest worden ongeacht de financiële kosten en mensenlevens.

Het Imperialistische Japanse leger had duizenden krijgsgevangenen gemaakt in Oost-Azië, Indonesië en de Java Zee. Deze krijgsgevangenen, Engelsen, Australiërs, Nederlanders en Amerikanen werden ingezet als werk-lieden en overgedragen aan de speciale Spoorwegregimenten van het Japanse leger. Dit Japanse leger en de krijgsgevangenen hebben de - wat de wereld later heeft leren kennen als de “Doden Spoorweg” - gebouwd. De eerste krijgsgevangenen kwamen in juni uit Singapore aan en werden in Ban Pong en Nong Pladuk uit de trein gezet en dat werden de basiskampen van het Thaise gedeelte van de spoorweg. Andere krijgsgevangenen werden uit Java en Singapore gehaald en naar Moulmein en Ye gebracht om in Thanbyuzayat een basiskamp op te zetten, een station bij de bestaande Moulmein – Ye spoorlijn die al in 1925 werd gebouwd. De beide spoorlijnen werden naar elkaar toe gebouwd om uiteindelijk op het 263 km-punt in Thailand op elkaar aan te sluiten. De teams uit Birma hebben ongeveer 152 km gebouwd , terwijl de groepen uit Siam het resterende deel hebben gebouwd. Het was de bedoeling van het Japanse leger, om elke dag 3000 ton voorraden over dit nieuwe enkel- spoorsysteem met een meter spoorbreedte te vervoeren en daarom wilde men deze spoorlijn in novem-ber 1943 gereed te hebben, echter door geallieerden overwinningen is dit tijdstip vervroegd naar augus-tus1943. De Japanners hebben geen maatregelen genomen om de krijgsgevangenen op te vangen en nagelaten om de krijgsgevangenen een adequate voorziening van eten geven en medische behandeling en behoorlijke onderbrenging. De krijgsgevangene had maar weinig van wat hij nodig had . De meeste Japanse en Koreaanse soldaten waren wreed, sadistisch en inhumaan. Krijgsgevangenen werden niet behandeld overeenkomstig de Conventie van Genève omdat Japan de hoofdstukken die over de behandeling van krijgsgevangenen handelen niet heeft geratificeerd De Japanse soldaat werd geleerd een krijgsgevangene te zijn, een grote schande is en zij konden niet begrijpen waarom de krijgsgevangenen uit schande geen zelfmoord hebben gepleegd. Het is ontegenzeggelijk waar dat toen het tij in het gevecht keerde, de meeste Japanse soldaten in een gevecht tegen overmacht zich eerder doodvechten dan zich over te geven Zij begrepen het gedrag van de geallieerden krijgsgevangenen niet. Een Britse generaal heeft wel eens gezegd dat bijna alle soldaten zeggen dat zij zich zullen doodvechten, maar het waren alleen de Japanners die dit deden! Het tracé in Siam vanaf Kanchanaburi volgde grofweg de vallei van de rivier Kwai-Noii, een zijrivier van de Mae Khlaung. De eerste 55 km vanaf Nong Pladuk naar Kanchanaburi liep over een vlak landschap en was daardoor gemakkelijk te bouwen, maar aan de Tha Makham lagen de meeste natuurlijke obstakels van de Kwae Yai (een zijrivier van de Mae Khlaung), met een grote breedte en diepte en een wisselende loop tijdens de natte en de droge moessons. Om deze obstakels te overbruggen heeft het Japanse leger 22 stalen bruggen uit Indonesië in gedeelten overgebracht, elk met een overspanning van 22 meter, die op de oevers van de Kwae-Yai bij Makham werden geplaatst.

In oktober 1942 bouwden krijgsgevangenen een grote houten brug (waarvan nu nog de resten bij laag water te zien zijn) die in februari 1943 gereed was en waar toen de eerste trein over reed. De stalen brug die geheel met mankracht, gebruik van katrollen, houten bokken en cementmixers, werd voltooid in mei 1943 onder een grote feestvreugde bij de Japanners. “Die krijgsgevangenen die nooit verder dan de brug bij Tamarkan zijn geweest, mogen zich gelukkig prijzen, want de Japanners in de basiskampen hebben nooit dezelfde wreedheden en martelingen gepleegd, als zij, van verder het land in, in de kampen in de jungle. De omstandigheden daar, vooral in de moesson van 1943, waren onvoorstelbaar voor hen die dit nooit ondergaan hebben” (uit: “No time for Geisha’s”) Ondervoeding, tropische ziekten, cholera, maden en vele andere kwalen hebben een grote tol geëist onder de krijgsgevangenen. Krijgsgevangenenartsen hebben er alles aan gedaan om lijf en leden te redden maar het Japanse leger weigerde de noodzakelijke goederen en medicijnen te verstrekken. Toen de krijgsgevangenen, genadeloos opgejaagd door de Japanse ingenieurs en bewakers toch achter raakten op het schema, rekruteerde het Japanse leger – onder valse voorwendsels – ongeveer 200.000 inwoners uit de door hen bezette gebieden die de krijgsgevangenen moesten versterken; de z.g. remusiahs. Deze ongelukkige Aziaten ontbrak het aan de militaire discipline en organisatie en zij stierven aan de hardheden waarmee ze werden behandeld door de ongeduldig wordende Japanners. Naar schatting hebben er meer dan 100.000 van hen hier de dood gevonden. Vele krijgsgevangenen en Aziatische dwangarbeiders werden gedwongen naar de kampen, die verspreid lagen langs de 415 km lange spoorweg, te lopen. Velen stierven en werden begraven of verbrand op de plaats waar zij stierven. De kampen waren niet minder dan schuilplaatsen. De moessons maakten het lopen en werken zeer inspannend. Toen men nog meer achter raakte op het geplande schema, werden zieke en slecht voorbereide krijgsgevangenen uit Singapore aangevoerd, om rond Nikhe (Nikki) bij duizenden om te komen of later bij hun terugkeer naar Singapore.

Voor het Japanse Imperialistische leger was 17 oktober 1943 een grootse dag toen de twee spoorweg-delen in Khonkuita, op het 263 km-punt, ten zuiden van Songkla samengevoegd werden; een gebeurtenis die gevierd werd met een indrukwekkende ceremonie vond plaats op 25 oktober 1943. Toen werd voor vele krijgsgevangenen het wegen bouwen , het sjouwen en bomen kappen lichter. Er werden grote “hospitalen” in Tha Maskham, Kanchanaburi, Tamuang en Nakhon Pathom opgezet, waar de uitgemergelde krijgsgevangenen konden herstellen van de verschrikkelijke beproevingen die zij hebben ondervonden. De fitste mannen werden naar Japan vervoerd, in – niet van het Rode Kruis teken voorziene – vracht-schepen, waardoor deze vaak door geallieerde onderzeeërs en vliegtuigen werden aangevallen, zonken en verloren gingen. De Thaise bevolking heeft vaak met grote risico’s voor zichzelf, de krijgsgevangenen veel gesteund met voedsel, medische voorraden. Vandaag de dag onderhouden Thaise tuinlieden de grote krijgsgevangenen erebegraafplaatsen van de “Commonwealth War Graves Commission” en de “Nederlandse Oorlogsgravenstichting” in Kanchanaburi en Chungkai. Thanbyuzayat is de rustplaats voor meer dan 3000 geallieerde krijgsgevangenen. In Kranji in Singapore liggen nog meer doden begraven, velen slachtoffers van deze beruchte spoorweg. Onbekende geallieerde krijgsgevangenen liggen diep in het tropische oerwoud, hun graven verloren onder een weelderig groeiende vegetatie die de aanwezigheid hiervan vernoegen. Alle liggen ver van hun thuisland, Australië, Groot Brittanië, Nederland en Indonesië. Nu bestaat van de “Doden Spoorweg” in Thailand nog een deel in Nam Tok, dat bij de krijgsgevangenen bekend stond als Tarso, het 130 km-punt. Overal elders zijn de rails opgeruimd, de houten bielzen zijn weggerot, alleen de steen ballast is nog overgebleven, die door teruggekeerde ex-krijgsgevangenen werden teruggevonden, op zoek naar beelden uit hun verloren jeugd. De jungle, de natuur zelf heeft zich teruggewonnen. De wilde dieren zijn weer teruggekeerd naar de gebieden waar vandaan ze door mensen en dynamiet verdreven waren. Van Tha Makham tot Nam Tok zijn de bermen van het spoorwegtracé ontgonnen voor voedsel en gewassen. Over de grote stalen brug, na de oorlog hersteld tot twee nieuwe overbruggingen van 33 meter en het dubbel - viaduct te Wang Po, op 114-km, rijdt dagelijks de trein met passagiers, onwetend van de jonge levens die hiervoor opgeofferd zijn, om hun comfortabele reis mogelijk te maken. Toeristen, Thais en buitenlanders kunnen dit monument aanschouwen, van ’s mensen wreedheid tot andere mensen, van doorzettingsvermogen en bouwkundige vaardigheden.

Sommige van de oude modderige wegen zijn nu geasfalteerde autowegen. De terugkerende krijgsgevan-gene kan in zijn gedachten zijn vroegere beproevingen opnieuw beleven maar roept ook de geweldige kameraadschap weer op, die - vooral in tegenspoed - hem in staat heeft gesteld te overleven. Hij zal ge- trokken worden naar de rustplaatsen van zijn vrienden op de erebegraafplaatsen, overpeinzen, dan deze bezichtigen en dan over de echte “Bridge over the River Kwae” gaan om terug te gaan in de geschiedenis.

Een vrije vertaling van: 'The Thailand to Birma Railway' van Geoffrey Pharach Adams.


disclaimer  |  privacy statement Copyright © Stichting herdenking Birma-Siam Spoorweg en Pakan Baroe Spoorweg